Betreft

Groningen, 15 januari 2008
Onderwerp: Herinnering opgave meterstand
Geachte heer/mevrouw H te W,
Enige tijd geleden heeft u een meterstandkaart van ons ontvangen met het verzoek de meterstand van de watermeter door te geven. Helaas hebben wij van u de meterstand nog niet mogen ontvangen.
Indien wij geen stand van u ontvangen, zijn wij genoodzaakt uw drinkwaterverbruik te schatten. Dit kan vervelende financiële gevolgen voor u hebben.
Wij verzoeken u om de meterstand alsnog aan ons door te geven, zodat wij een juiste jaarafrekening voor u kunnen samenstellen.
Heeft u de meterstand inmiddels doorgegeven? Dan kunt u deze brief als niet verzonden beschouwen.
Met vriendelijke groet,
N.V. Waterbedrijf Groningen
Afdeling Verbruikersadministratie
Groningen, 17 januari 2008
Betreft: opgave meterstand
Geachte heer/mevrouw Afdeling Verbruikersadministratie van het Waterbedrijf Groningen,
Uw brief d.d. 15 januari jl. ontving ik in goede orde. In antwoord daarop bericht ik u als volgt.
Het klopt dat ik nog geen meterstand heb doorgegeven. Dat zit namelijk zo.
Er zit een spin in de meterkast.
Ik mag u wel vriendelijk doch dringend verzoeken derhalve de stand persoonlijk op te komen nemen. Dat deed u vroeger ook, dus ik zie niet in waarom dat op problemen zou stuiten.
In afwachting van uw reactie en met een licht hysterische groet,
H te G

Groningen, 15 januari 2008
Onderwerp: Herinnering opgave meterstand
Geachte heer/mevrouw H te W,
Enige tijd geleden heeft u een meterstandkaart van ons ontvangen met het verzoek de meterstand van de watermeter door te geven. Helaas hebben wij van u de meterstand nog niet mogen ontvangen.
Indien wij geen stand van u ontvangen, zijn wij genoodzaakt uw drinkwaterverbruik te schatten. Dit kan vervelende financiële gevolgen voor u hebben.
Wij verzoeken u om de meterstand alsnog aan ons door te geven, zodat wij een juiste jaarafrekening voor u kunnen samenstellen.
Heeft u de meterstand inmiddels doorgegeven? Dan kunt u deze brief als niet verzonden beschouwen.
Met vriendelijke groet,
N.V. Waterbedrijf Groningen
Afdeling Verbruikersadministratie
Groningen, 17 januari 2008
Betreft: opgave meterstand
Geachte heer/mevrouw Afdeling Verbruikersadministratie van het Waterbedrijf Groningen,
Uw brief d.d. 15 januari jl. ontving ik in goede orde. In antwoord daarop bericht ik u als volgt.
Het klopt dat ik nog geen meterstand heb doorgegeven. Dat zit namelijk zo.
Er zit een spin in de meterkast.
Ik mag u wel vriendelijk doch dringend verzoeken derhalve de stand persoonlijk op te komen nemen. Dat deed u vroeger ook, dus ik zie niet in waarom dat op problemen zou stuiten.
In afwachting van uw reactie en met een licht hysterische groet,
H te G
Piss & Plate
nellende laarzen om pijnlijke voeten. Met in beide handen de tassen van een dag shoppen en het hengsel van mijn beautycase over mijn rechterschouder rustte ik even uit op de gang van ons hotel. Mijn zonnebril die ik quasi-nonchalant in mijn haren had gezet, dreigde elk moment weer neer te klappen op mijn bezwete neus. Krap een dag 32 jaar, en Gerard en ik gingen qualitytime-en.
Even daarvoor hadden we ingechecked bij de receptie. Gerard had vakkundig geboekt. Een twee persoonskamer, een tweepersoonsbed, en roken. Geen probleem. Gerard stak de sleutelpas in het slot. Zielsgelukkig dat ik eindelijk van mijn ballast verlost was, gooide ik enthousiast al mijn tassen met een welgemikte worp naar binnen. De vreugde was van korte duur.
Een tweepersoonkamer. Check.
Roken. Check.
Een tweepersoonsbed. Che... Hééé..!
We keken uit over twee éénpersoonsbedden.
Met een nachtkastje ertussen.
'HIER GA IK NIET MEE AKKOORD!', aldus Gerard.
De schat. Hij wilde natuurlijk geen nacht zonder mijn goddelijk lichaam.
Ik keek eens van opzij naar mijn wederhelft. Wat was het ook een poepie.
Hevig gevleid sprak ik vorenstaande gedachtes hardop uit.
'Je wilt gewoon lekker tegen me aan kunnen liggen, he?' , vroeg ik liefjes.
'Het gaat me meer om het principe', mopperde Gerard, 'ze hebben me het zelf gevraagd.'
Weg romantisch moment.
Het principiële mannetje in hem was (weder)-opgestaan.
Het meisje bij de receptie was begripvol. Ze leek het opeens te begrijpen.
Dacht ze. We kregen een andere kamer.
Met een vriendelijk lachje, de vraag of het nu wél goed was en een knipoog, kregen we een andere sleutel overhandigd.
Oh ieuw.
Ze dacht natuurlijk dat we zulke mensen waren.
Ik wilde er nog wat van zeggen, maar mijn knorrende maag maande me dat hij gevuld diende te worden. En wel nú.
Na een nacht beroerd slapen in het zo fel gewenste tweepersoonsbed lonkte er weer een nieuwe dag. Nadat we ons een paar uur hadden vermaakt met het fenomeen niks moeten, alles mogen, en neerploffen op allerhande terrasjes begon de knorrende maag weer op te spelen. Vooral bij ondergetekende. We besloten steun en toeverlaat TomTom om advies te vragen. Let u hierbij even op de tijd? We zeggen en schrijven 12.00 uur in den middag. Nu brengt TomTom ons over het algemeen overal waar we maar willen, maar TomTom had met één ding geen rekening gehouden; het was namelijk Eerste Paasdag.
Een uur en vele kilometers later reden we nog steeds doelloos rond. We konden wel wat vinden, maar alles was dicht, ongezellig, of afgebrand. Mijn humeur zakte in een mum van tijd naar het absolute nulpunt.
En ik moest ook nog een plas.
Eindelijk leek het erop dat we iets gevonden hadden. In the middle of nowhere, in een dorpje dat het bijna niet verdiende om een naam te dragen, stond een soort van partycentrumboerderij-achtig iets. Links, rechts, onder en boven alleen maar weiland.
En ook al stond er maar één auto, we lieten ons niet afschrikken.
Met volle blazen stapten we naar binnen.
De ontvangst was allerhartelijkst. We werden naar een tafeltje gebracht.
Een tafeltje waar wel erg veel bestek en glazen stonden voor het patatje dat wij in gedachten hadden. Nadat onze stoelen achter ons aangeschoven waren, kregen we een donkerbruin vermoeden. Er werd een jazzy muziekje opgezet.
En nadat we géén menukaart zagen wisten we het zeker.
We zaten in een poepchique restaurant.
En erger nog; we zaten als ratten in de (chique) val.
Al snel hadden we onze drankjes voor de neus, en kwam de oberette melding maken van het menu. We konden kiezen tussen een drie- of viergangen menu. Er was inderdaad geen kaart, maar de kok kon een verrassing voor ons bereiden, en anders kon ze van harte de ganzenborst met basilicumsaus aanraden.
Mijn hemel.
Ik wilde gewoon patat en een frikadel.
Ik besloot mijzelf maar weer eens onsterfelijk belachelijk te maken door het vragen van het onvermijdelijk: Heeft u ook plateservice?
De vrouw keek ongemakkelijk, om daarna ontkennend te antwoorden.
Mijn hersenen draaiden op volle toeren. Ik wilde geen ganzenborst.
Sterker nog; ik wilde hier zo snel mogelijk weg.
Er was maar één redding.
En het zou een genante redding zijn.
Ik haalde diep adem en sprak de zin die hierna thuis bijna legendarische vormen zou gaan aannemen:
'Dan houden we het bij een drankje.'
De vrouw droop af, en wij zetten het op een drinken.
En we moesten al zo nodig.
Van de weersomstuit kregen we de slappe lach. Proestend en snikkend om maar niet al teveel lawaai te maken in het doodstille retechique restaurant siste ik Gerard toe dat ik ABSOLUUT NIET daar naar het toilet zou gaan. Ik deed het nog liever in mijn broek.
Gerard deelde mee dat hij het met liefde twee uur zou kunnen ophouden.
Alles om daar maar weg te kunnen.
Met de cola die zo snel achterover was geslagen dat hij letterlijk via onze neusgaten er weer uitliep, rekenden we af, met een dikke fooi om maar zo snel mogelijk te kunnen vertrekken. Nadat we uit het zicht van de oberette waren, zette Gerard het op een rennen, en hing ik slap van het lachen in de coniferen.
Nadat we uur hadden nagebruld in de auto begon mijn maag toch echt weer te protesteren.
Ik begon weer te miepen. Maar Gerard miepte lekker met me mee.
Verdorie, we stelden toch echt geen hoge eisen.
We wilden alleen maar plateservice en pissen.
Zoveel is dat toch niet gevraagd?
Toen Gerard opperde dat we bij de volgende accommodatie maar even moesten vragen of ze er ook het Piss & Plate Arrangement hadden, was ik even oprecht bezorgd dat mijn blaas het zou begeven.
Nadat we elkaar met talloze combinaties dwangmatig hadden overtroefd, doemde er, als een baken in de nacht, een wegrestaurant voor ons op.
Met veel auto's ervoor.
Om half vier zaten we aan de meest smakeloze slappe friet die we ooit hadden gehad.

Ons weekend was gered.
En wij - godzijdank - ook.
Even daarvoor hadden we ingechecked bij de receptie. Gerard had vakkundig geboekt. Een twee persoonskamer, een tweepersoonsbed, en roken. Geen probleem. Gerard stak de sleutelpas in het slot. Zielsgelukkig dat ik eindelijk van mijn ballast verlost was, gooide ik enthousiast al mijn tassen met een welgemikte worp naar binnen. De vreugde was van korte duur.
Een tweepersoonkamer. Check.
Roken. Check.
Een tweepersoonsbed. Che... Hééé..!
We keken uit over twee éénpersoonsbedden.
Met een nachtkastje ertussen.
'HIER GA IK NIET MEE AKKOORD!', aldus Gerard.
De schat. Hij wilde natuurlijk geen nacht zonder mijn goddelijk lichaam.
Ik keek eens van opzij naar mijn wederhelft. Wat was het ook een poepie.
Hevig gevleid sprak ik vorenstaande gedachtes hardop uit.
'Je wilt gewoon lekker tegen me aan kunnen liggen, he?' , vroeg ik liefjes.
'Het gaat me meer om het principe', mopperde Gerard, 'ze hebben me het zelf gevraagd.'
Weg romantisch moment.
Het principiële mannetje in hem was (weder)-opgestaan.
Het meisje bij de receptie was begripvol. Ze leek het opeens te begrijpen.
Dacht ze. We kregen een andere kamer.
Met een vriendelijk lachje, de vraag of het nu wél goed was en een knipoog, kregen we een andere sleutel overhandigd.
Oh ieuw.
Ze dacht natuurlijk dat we zulke mensen waren.
Ik wilde er nog wat van zeggen, maar mijn knorrende maag maande me dat hij gevuld diende te worden. En wel nú.
Na een nacht beroerd slapen in het zo fel gewenste tweepersoonsbed lonkte er weer een nieuwe dag. Nadat we ons een paar uur hadden vermaakt met het fenomeen niks moeten, alles mogen, en neerploffen op allerhande terrasjes begon de knorrende maag weer op te spelen. Vooral bij ondergetekende. We besloten steun en toeverlaat TomTom om advies te vragen. Let u hierbij even op de tijd? We zeggen en schrijven 12.00 uur in den middag. Nu brengt TomTom ons over het algemeen overal waar we maar willen, maar TomTom had met één ding geen rekening gehouden; het was namelijk Eerste Paasdag.
Een uur en vele kilometers later reden we nog steeds doelloos rond. We konden wel wat vinden, maar alles was dicht, ongezellig, of afgebrand. Mijn humeur zakte in een mum van tijd naar het absolute nulpunt.
En ik moest ook nog een plas.
Eindelijk leek het erop dat we iets gevonden hadden. In the middle of nowhere, in een dorpje dat het bijna niet verdiende om een naam te dragen, stond een soort van partycentrumboerderij-achtig iets. Links, rechts, onder en boven alleen maar weiland.
En ook al stond er maar één auto, we lieten ons niet afschrikken.
Met volle blazen stapten we naar binnen.
De ontvangst was allerhartelijkst. We werden naar een tafeltje gebracht.
Een tafeltje waar wel erg veel bestek en glazen stonden voor het patatje dat wij in gedachten hadden. Nadat onze stoelen achter ons aangeschoven waren, kregen we een donkerbruin vermoeden. Er werd een jazzy muziekje opgezet.
En nadat we géén menukaart zagen wisten we het zeker.
We zaten in een poepchique restaurant.
En erger nog; we zaten als ratten in de (chique) val.
Al snel hadden we onze drankjes voor de neus, en kwam de oberette melding maken van het menu. We konden kiezen tussen een drie- of viergangen menu. Er was inderdaad geen kaart, maar de kok kon een verrassing voor ons bereiden, en anders kon ze van harte de ganzenborst met basilicumsaus aanraden.
Mijn hemel.
Ik wilde gewoon patat en een frikadel.
Ik besloot mijzelf maar weer eens onsterfelijk belachelijk te maken door het vragen van het onvermijdelijk: Heeft u ook plateservice?
De vrouw keek ongemakkelijk, om daarna ontkennend te antwoorden.
Mijn hersenen draaiden op volle toeren. Ik wilde geen ganzenborst.
Sterker nog; ik wilde hier zo snel mogelijk weg.
Er was maar één redding.
En het zou een genante redding zijn.
Ik haalde diep adem en sprak de zin die hierna thuis bijna legendarische vormen zou gaan aannemen:
'Dan houden we het bij een drankje.'
De vrouw droop af, en wij zetten het op een drinken.
En we moesten al zo nodig.
Van de weersomstuit kregen we de slappe lach. Proestend en snikkend om maar niet al teveel lawaai te maken in het doodstille retechique restaurant siste ik Gerard toe dat ik ABSOLUUT NIET daar naar het toilet zou gaan. Ik deed het nog liever in mijn broek.
Gerard deelde mee dat hij het met liefde twee uur zou kunnen ophouden.
Alles om daar maar weg te kunnen.
Met de cola die zo snel achterover was geslagen dat hij letterlijk via onze neusgaten er weer uitliep, rekenden we af, met een dikke fooi om maar zo snel mogelijk te kunnen vertrekken. Nadat we uit het zicht van de oberette waren, zette Gerard het op een rennen, en hing ik slap van het lachen in de coniferen.
Nadat we uur hadden nagebruld in de auto begon mijn maag toch echt weer te protesteren.
Ik begon weer te miepen. Maar Gerard miepte lekker met me mee.
Verdorie, we stelden toch echt geen hoge eisen.
We wilden alleen maar plateservice en pissen.
Zoveel is dat toch niet gevraagd?
Toen Gerard opperde dat we bij de volgende accommodatie maar even moesten vragen of ze er ook het Piss & Plate Arrangement hadden, was ik even oprecht bezorgd dat mijn blaas het zou begeven.
Nadat we elkaar met talloze combinaties dwangmatig hadden overtroefd, doemde er, als een baken in de nacht, een wegrestaurant voor ons op.
Met veel auto's ervoor.
Om half vier zaten we aan de meest smakeloze slappe friet die we ooit hadden gehad.
Ons weekend was gered.
En wij - godzijdank - ook.
Toys for boys
ndanks het feit dat we allebei -hoewel alleen lichamelijk- volwassen mensen zijn, heeft de betreffende winkel nog steeds een magische aantrekkingskracht op ons. Gerard loopt blindelings naar de game-afdeling, en ik zet een sprintje in richting de Barbie's. De roltrap die ons naar boven leidt gaat lang niet snel genoeg. En ik kan het niet laten. Een stevige ruk aan het rubber dat als handsteun dient, laat nog steeds de mensen schrikken.
Toys R Us. Even weg uit de harde gemene wereld.
Raar was het dan ook dat onze kinderen er nog nooit waren geweest.
Twee weken geleden kwam daar verandering in. Met rode konen van verwachting stonden we ditmaal met zijn vieren op de roltrap. Eenmaal boven aangekomen doemde er een walhalla voor de kinderen op.
Zoef.
Weg waren ze.
Thomas richting games. Jeanine richting barbies.
De appel en de welbekende boom, ziet u.
Genietend stuiterden wij er achteraan.
Dit was heel wat anders dan de plaatselijke speelgoedwinkel. Dit was het échte werk.
Jeanine stond inmiddels gelukzalig semi-comateus te zijn bij de barbie-afdeling.
Om vervolgens weer wakker te worden, waarna ze stelselmatig rondjes rende tussen de Gouden Driehoek:
Clickits-Diddl-Polly Pocket.
We hadden een dochter, en we zouden het weten ook.
Thomas had de route Games-Lego-Playmobil afgelegd, en rende door naar de volgende afdeling, tot hij plotseling met gierende hakken afremde bij een bak. Een vreselijke bak.
De bak met Winx-poppen.
Sterker nog: het waren de Winx poppen die bij ons niet meer te krijgen waren wegens retegrote populariteit. Jeanine had in de zomer nog haar keus weten te bemachtigen, maar Thomas -met de voorliefde om een pop te hebben uit het 'bad guys'-kamp- viste steeds achter het net.
En daar lagen ze. Een hele bak vol met Icy's.
Hij zeeg in volle eerbied op zijn knietjes neer voor de bak.
Totale overlevering.
We probeerden hem nog overeind te trekken, met daarbij de ontnuchterende woorden prekend;
'Kom lieverd. Deze poppen zijn geen 5 Euro, zoals we hadden afgesproken...', steeds harder trekkend aan het armpje. Thomas had zich inmiddels voor de buitenwereld afgesloten. Er was geen doordringen aan. Met een apathische jongen aan mijn hand liepen we verder. Ik probeerde nog pedagogisch volslagen onverantwoord om op hem in te praten:
'Lieverd. Jij bent een jongetje. Poppen zijn toch voor meisjes?'
Zijn antwoord heb ik niet meer meegekregen. Jeanine stond inmiddels strak van de adrenaline te schreeuwen bij de Diddl's. Ze wist niet wat ze moest kiezen.
Na drie kwartier had ze dan eindelijk haar keuze gemaakt. Ongelofelijk hoeveel troep zij voor 5 Euro kon uitkiezen. Ik trok haar snel mee, doodsbang dat ze wat zou zien dat 'nog vetter of cooler' was.
Op zoek naar mijn mannen.
Ik vond ze al snel. Mijn grote man en mijn kleine man stonden tegenover elkaar.
Thomas had zijn armen stijf om de verafgode Winx-pop geklemd. Niet van plan om los te laten.
Maar hij mocht hem niet.
Hij brak. We zagen hem echt breken.
Tranen over zijn gezicht. En dan geen gewone tranen. Nee zeg.
Dikke dikke tranen van puur kinderverdriet vielen op de grond.
Het was niet eens om zijn zin door te drijven. Dit was puur verdriet.
Had hij EINDELIJK na maanden zijn felbegeerde pop in een winkel kunnen ontwaren, maar nu was hij te duur. Slap van alle emoties konden we eindelijk de pop uit zijn wurggreep bevrijden.
Gerard en ik keken elkaar aan. Het voelde niet goed.
We konden ons zijn onmacht heel goed voorstellen. En eigenlijk moesten we ook heel erg lachen om zijn theatrale dikke tranen.
Even later huppelde er een jongetje achter ons aan.
Mét Winx-pop.
Ja. Wij zijn heel erg consequent.
Natuurlijk werd Jeanine haar budget ook opgeschroefd. En omdat we toch al fout bezig waren, trokken we ze daarna de Mac in op een tijdstip dat kindertjes allang horen te slapen.
'Pap en mam, gezellig he?', zei Thomas genietend vanachter zijn hamburger.
Zijn pop lag als een schat naast hem. Heel voorzichtig kamde hij haar lange blauwe haren. Ik probeerde me maar niet al teveel zorgen te maken.

'Ja jongen. Heel gezellig!'
Toys R Us. Even weg uit de harde gemene wereld.
Raar was het dan ook dat onze kinderen er nog nooit waren geweest.
Twee weken geleden kwam daar verandering in. Met rode konen van verwachting stonden we ditmaal met zijn vieren op de roltrap. Eenmaal boven aangekomen doemde er een walhalla voor de kinderen op.
Zoef.
Weg waren ze.
Thomas richting games. Jeanine richting barbies.
De appel en de welbekende boom, ziet u.
Genietend stuiterden wij er achteraan.
Dit was heel wat anders dan de plaatselijke speelgoedwinkel. Dit was het échte werk.
Jeanine stond inmiddels gelukzalig semi-comateus te zijn bij de barbie-afdeling.
Om vervolgens weer wakker te worden, waarna ze stelselmatig rondjes rende tussen de Gouden Driehoek:
Clickits-Diddl-Polly Pocket.
We hadden een dochter, en we zouden het weten ook.
Thomas had de route Games-Lego-Playmobil afgelegd, en rende door naar de volgende afdeling, tot hij plotseling met gierende hakken afremde bij een bak. Een vreselijke bak.
De bak met Winx-poppen.
Sterker nog: het waren de Winx poppen die bij ons niet meer te krijgen waren wegens retegrote populariteit. Jeanine had in de zomer nog haar keus weten te bemachtigen, maar Thomas -met de voorliefde om een pop te hebben uit het 'bad guys'-kamp- viste steeds achter het net.
En daar lagen ze. Een hele bak vol met Icy's.
Hij zeeg in volle eerbied op zijn knietjes neer voor de bak.
Totale overlevering.
We probeerden hem nog overeind te trekken, met daarbij de ontnuchterende woorden prekend;
'Kom lieverd. Deze poppen zijn geen 5 Euro, zoals we hadden afgesproken...', steeds harder trekkend aan het armpje. Thomas had zich inmiddels voor de buitenwereld afgesloten. Er was geen doordringen aan. Met een apathische jongen aan mijn hand liepen we verder. Ik probeerde nog pedagogisch volslagen onverantwoord om op hem in te praten:
'Lieverd. Jij bent een jongetje. Poppen zijn toch voor meisjes?'
Zijn antwoord heb ik niet meer meegekregen. Jeanine stond inmiddels strak van de adrenaline te schreeuwen bij de Diddl's. Ze wist niet wat ze moest kiezen.
Na drie kwartier had ze dan eindelijk haar keuze gemaakt. Ongelofelijk hoeveel troep zij voor 5 Euro kon uitkiezen. Ik trok haar snel mee, doodsbang dat ze wat zou zien dat 'nog vetter of cooler' was.
Op zoek naar mijn mannen.
Ik vond ze al snel. Mijn grote man en mijn kleine man stonden tegenover elkaar.
Thomas had zijn armen stijf om de verafgode Winx-pop geklemd. Niet van plan om los te laten.
Maar hij mocht hem niet.
Hij brak. We zagen hem echt breken.
Tranen over zijn gezicht. En dan geen gewone tranen. Nee zeg.
Dikke dikke tranen van puur kinderverdriet vielen op de grond.
Het was niet eens om zijn zin door te drijven. Dit was puur verdriet.
Had hij EINDELIJK na maanden zijn felbegeerde pop in een winkel kunnen ontwaren, maar nu was hij te duur. Slap van alle emoties konden we eindelijk de pop uit zijn wurggreep bevrijden.
Gerard en ik keken elkaar aan. Het voelde niet goed.
We konden ons zijn onmacht heel goed voorstellen. En eigenlijk moesten we ook heel erg lachen om zijn theatrale dikke tranen.
Even later huppelde er een jongetje achter ons aan.
Mét Winx-pop.
Ja. Wij zijn heel erg consequent.
Natuurlijk werd Jeanine haar budget ook opgeschroefd. En omdat we toch al fout bezig waren, trokken we ze daarna de Mac in op een tijdstip dat kindertjes allang horen te slapen.
'Pap en mam, gezellig he?', zei Thomas genietend vanachter zijn hamburger.
Zijn pop lag als een schat naast hem. Heel voorzichtig kamde hij haar lange blauwe haren. Ik probeerde me maar niet al teveel zorgen te maken.
'Ja jongen. Heel gezellig!'
Tanja bedankt!
azeker.
Ook wij ontkwamen niet aan de bevalling van BB's Tanja.
Persoonlijk heb ik er weinig van meegekregen.
Ik was veel meer geinteresseerd in de reactie van onze Thomas.
De bevalling was zeer netjes gefilmd, en daarom vond ik het wel geoorloofd dat onze hekkensluiter er naar keek.
Elk potentieel middel om onze kinderen preventief sexueel te remmen wordt hier met beide handen aangegrepen.
Ik had hem geen groter plezier kunnen doen.
Met een 'Papa papa kom snel, je kunt haar borstjes zien!', zeeg hij neer op de poef.
Ik werd een beetje misselijk, maar slikte deze lichte teleurstelling jegens mijn laatstgeborene dapper weg.
Echte verrassingen verwachtte ik niet.
Thomas weet inmiddels allang waar Abraham de mosterd haalt.
Het was heel amusant om te zien hoe geconcentreerd Thomas aan het kijken was.
Het puntje van zijn tong stak nog net niet uit zijn mond.
Tanja beet zich inmiddels weer door een flinke perswee heen toen daar opeens toch een vraag was:
'Mam? Moest jij ook schreeuwen toen ik geboren werd?'
Ik was erg blij dat ik naar waarheid kon antwoorden dat dit niet het geval was.
Ik heb mij stoicijns door alle weeen heengeslagen.
Geen kik zou men van mij krijgen.
Dat ik tijdens het verwijderen van de hechtingen flink gepiept heb, hield ik maar wijselijk voor me. Alles te weten maakt niet gelukkig.
Thomas zat inmiddels weer in trance naar de beeldbuis te staren.
De dagen erna bleef het angstvallig stil op billen-borsten-sexy-gebied. En dat was op zijn minst verontrustend te noemen. Onze casanova mag toch graag wat op vrouwelijk gebied van zich laten horen. En het was zalig rustig.
Géén gefluit als de meiden van KUS op televisie waren.
Géén tik tegen mijn billen als ik snel een andere broek aantrok.
En -oh zaligheid- ik had de Livera-folder weer eens voor mezelf alleen.
Dat ik er niet verder naast kon zitten bleek na weer een paar dagen.
Op zondagmorgen lag ik in mijn badjas op de bank te hangen.
Met een snoekduik sprong hij bovenop me, en roffelde op mijn buik.
'Dit was mijn huisssss.', sprak hij verheerlijkt.
Met een minder complimenteus 'Flubber!' er achteraan.
Ik beet op mijn lip om het niet uit te gillen.
'Dit was mijn huissss...' herhaalde mijn verschrikkelijke zoon.
'En je kont was mijn kelder!'
Ook wij ontkwamen niet aan de bevalling van BB's Tanja.
Persoonlijk heb ik er weinig van meegekregen.
Ik was veel meer geinteresseerd in de reactie van onze Thomas.
De bevalling was zeer netjes gefilmd, en daarom vond ik het wel geoorloofd dat onze hekkensluiter er naar keek.
Elk potentieel middel om onze kinderen preventief sexueel te remmen wordt hier met beide handen aangegrepen.
Ik had hem geen groter plezier kunnen doen.
Met een 'Papa papa kom snel, je kunt haar borstjes zien!', zeeg hij neer op de poef.
Ik werd een beetje misselijk, maar slikte deze lichte teleurstelling jegens mijn laatstgeborene dapper weg.
Echte verrassingen verwachtte ik niet.
Thomas weet inmiddels allang waar Abraham de mosterd haalt.
Het was heel amusant om te zien hoe geconcentreerd Thomas aan het kijken was.
Het puntje van zijn tong stak nog net niet uit zijn mond.
Tanja beet zich inmiddels weer door een flinke perswee heen toen daar opeens toch een vraag was:
'Mam? Moest jij ook schreeuwen toen ik geboren werd?'
Ik was erg blij dat ik naar waarheid kon antwoorden dat dit niet het geval was.
Ik heb mij stoicijns door alle weeen heengeslagen.
Geen kik zou men van mij krijgen.
Dat ik tijdens het verwijderen van de hechtingen flink gepiept heb, hield ik maar wijselijk voor me. Alles te weten maakt niet gelukkig.
Thomas zat inmiddels weer in trance naar de beeldbuis te staren.
De dagen erna bleef het angstvallig stil op billen-borsten-sexy-gebied. En dat was op zijn minst verontrustend te noemen. Onze casanova mag toch graag wat op vrouwelijk gebied van zich laten horen. En het was zalig rustig.
Géén gefluit als de meiden van KUS op televisie waren.
Géén tik tegen mijn billen als ik snel een andere broek aantrok.
En -oh zaligheid- ik had de Livera-folder weer eens voor mezelf alleen.
Dat ik er niet verder naast kon zitten bleek na weer een paar dagen.
Op zondagmorgen lag ik in mijn badjas op de bank te hangen.
Met een snoekduik sprong hij bovenop me, en roffelde op mijn buik.
'Dit was mijn huisssss.', sprak hij verheerlijkt.
Met een minder complimenteus 'Flubber!' er achteraan.
Ik beet op mijn lip om het niet uit te gillen.
'Dit was mijn huissss...' herhaalde mijn verschrikkelijke zoon.

Ik ben met de goeie getrouwd, deel 1
ij hebben thuis een telefoonset met een intercomsysteem.
Ideaal voor de luie varkens die we zijn.
Heel makkelijk. Beneden het basisstation.
En, heel voorspelbaar, boven een extra handset.
Via een interne lijn kunnen we dan op afstand het gesproken woord naar elkaar doen toekomen.
Een uitkomst voor als iemand ziek is.
Lichamelijk dan.
Geestelijk zijn wij allang het punt gepasseerd dat we niet meer te redden zijn.
Dit vernuftige staaltje high tech maakt bellen met een hotelbelletje, en meppen met een pantoffel compleet overbodig.
Niet dat dat hielp, overigens.
Zoveel lawaai maakt mijn afgedragen Spaanse Slof nou ook weer niet.
We schrijven donderdag 13 oktober.
Mijn wederhelft was al naar bed vertrokken, toen de telefoon het bekende geluidje maakte van de interne lijn.
'Ja?', piepte ik.
'Wat heb je aan?', sprak een zwoele stem aan de andere kant van de lijn.
'Helemaal niks...', kreunde ik.
Dat was onzin.
Alsof hij niet wist dat ik de avond in mijn oude badjas met tandpasta vlekken had doorgebracht,
Met twee veel te grote ongelijke sokken in maat 46 van hem eronder.
'Doe hem eens op 3.', beval hij.
Hij had het over de televisie.
Wat heerlijk.
Paul de Leeuw en Robbie Williams.
Nutteloze communicatie.
Onontbeerlijk in elke goede relatie.
Ideaal voor de luie varkens die we zijn.
Heel makkelijk. Beneden het basisstation.
En, heel voorspelbaar, boven een extra handset.
Via een interne lijn kunnen we dan op afstand het gesproken woord naar elkaar doen toekomen.
Een uitkomst voor als iemand ziek is.
Lichamelijk dan.
Geestelijk zijn wij allang het punt gepasseerd dat we niet meer te redden zijn.
Dit vernuftige staaltje high tech maakt bellen met een hotelbelletje, en meppen met een pantoffel compleet overbodig.
Niet dat dat hielp, overigens.
Zoveel lawaai maakt mijn afgedragen Spaanse Slof nou ook weer niet.
We schrijven donderdag 13 oktober.
Mijn wederhelft was al naar bed vertrokken, toen de telefoon het bekende geluidje maakte van de interne lijn.
'Ja?', piepte ik.
'Wat heb je aan?', sprak een zwoele stem aan de andere kant van de lijn.
'Helemaal niks...', kreunde ik.
Dat was onzin.
Alsof hij niet wist dat ik de avond in mijn oude badjas met tandpasta vlekken had doorgebracht,
Met twee veel te grote ongelijke sokken in maat 46 van hem eronder.
'Doe hem eens op 3.', beval hij.
Hij had het over de televisie.
Wat heerlijk.
Nutteloze communicatie.
Onontbeerlijk in elke goede relatie.
'Plateau'
et is 1986.
Ik ben 12 jaar. En niet dik.
Hoogstens een beetje aan de stevige kant, maar toch.
Niet dik. Ik zal net een centimetertje meer vet hebben dan mijn leeftijdsgenootjes.
Het is 1988.
Ik ben net 14 jaar. Maar niet dik.
Ik krijg heupen en uitstulpsels op plekken, waardoor ik niet meer lekker op mijn buik kan liggen. Maar nog steeds niet dik. Een klein beetje rond-ig misschien.
Het is 1989.
Ik ben 15 jaar. En ben bij lange na niet dik.
Maar ik voel me wel zo.
Ik begin nu ook in de lengte te groeien. Mijn wens is om 1.80 m te worden. Tijdens een schoolopdracht moeten we allemaal ons gewicht op het schoolbord zetten.
Hoe-praat-je-Hen-een-trauma-aan-deel-1.
Ik heb geen flauw idee hoeveel ik weeg. Ik kalk '68 kilo' op het bord, en luister goed of ik ook geroezemoes hoor in de klas. Het blijft stil.
Thuisgekomen ga ik op de weegschaal staan. 62 kilo.
Ik maak een memo en verdeel die de volgende dag op de diverse prikborden in de school.
Het is 1992.
Ik ben 18 jaar. En niet dik.
Wel mooi stevigjes. Precies op de goeie manier, zeg maar.
Helaas ben ik geen 1.80 m geworden. De teller bleef bij 175 centimeter staan. De jongens uit mijn klas hebben een bijnaam voor me bedacht. Iets dat niks met mijn sproeten te maken heeft, overigens.
Het is 1993.
Ik ben 19 jaar. En ik ga hokken.
Nog steeds niks te dik. Maar er verandert wat.
Doordat ik samenwoon eet ik nooit meer spruitjes.
Voor mijn 20e verjaardag krijg ik een frituurpan. Bull's Eye.
Een primaire behoefte voor twee arme studenten, blijkt later.
Het is 1994.
Ik ben 20. En een beetje zwanger.
Dit is het startschot van alle ellende.
Ik heb de uitdrukking 'Je eet immers ook voor twee.' goed in mijn oren geknoopt. Door mijn zwangerschap had ik een onverzadigbare trek in vette hap. Ik heb me die maanden echt compleet laten gaan. In mijn wanhoop heb ik de verloskundige aangeklampt omdat ik bang was dat ik een blok frituurvet zou baren. Op Oudjaarsdag 1994 was er geen oliebol meer te verkrijgen in heel Nederland.
It was me.
Het is 1995.
Nog steeds ben ik 20, en het blok frituurvet bleek een wolk van een dochter te zijn. Tot mijn grote schrik slaat de weegschaal uit boven de 100 kilo. In negen maanden tijd heb ik er 35 kilo bijgegeten. Inclusief kind.
Het is 1997.
Ik ben 23. Mijn lichaam is zeer ontvankelijk.
Dat blijkt wel weer uit het feit dat ik net Kind II op de wereld heb gezet. Om nu toch maar eens af te vallen, wil ik borstvoeding geven. Ik zou genoeg opslagplaats hebben, zou je denken. Niks is minder waar.
Alle registers worden opengetrokken. Tepelhoedjes, kolfapparaten ten spijt, Thomas vertikt het. Kan door de ronding van de mammae ook geen grip krijgen. Mijn voorgevel heeft een buiten proportioneel formaat aangenomen. Bang om door topzwaarte te vallen houd ik me overal aan vast.
De kraamverzorgster besluit na 5 dagen -nadat ze een uur bij een huilende Hen had zitten kolven, met als resultaat nog geen 10cc- dat het welletjes is. Hij krijgt een fles, en slaapt twee dagen achteréén.
Die avond zit ik brullend voor de televisie.
Het is de week van de Borstvoeding en ik en mijn falende moederlijf worden doodgegooid met promotie reclamespotjes.
Het is 2000.
Ik ben 25. En moddervet.
Maar het roer gaat om. Ik ga drastisch lijnen.
Op mijn boerenfluitjes val ik binnen 8 maanden 40 kilo af.
Hoppa. Zo doen wij dat.
Ik ben panisch voor snoep, en eet met de weegschaal op tafel, maar ik pas met het grootste gemak in maat 40.
Zonder erbij te gaan liggen.
Het is 2004.
Ik ben 30. En nog steeds een ontkennende Bourgondier.
Ik heb er 10 kilo bijgevroten. Ik probeer alle mogelijke dieetpillen die er zijn. Het hongergevoel neemt niet af, maar ik word er wel chemisch blij van. Alsof je driedubbel jarig bent. Maar bij jarig zijn hoort taart, en...
Enfin, de rest laat zich raden.
Het is 2005.
Ik ben 31. Ik ben niet dik, maar slank is ook niet echt het eerste woord dat bij je opkomt als je me ziet.
Alle pillen, soepdieten, maaltijdvervangers, en shakes die door je keel gieren, worden resoluut
verbannen, en vervangen door een weddenschap met de eigenaar van de plaatselijke sportschool.
En ik ga hem winnen...!
Ik ben 12 jaar. En niet dik.
Hoogstens een beetje aan de stevige kant, maar toch.
Niet dik. Ik zal net een centimetertje meer vet hebben dan mijn leeftijdsgenootjes.
Het is 1988.
Ik ben net 14 jaar. Maar niet dik.
Ik krijg heupen en uitstulpsels op plekken, waardoor ik niet meer lekker op mijn buik kan liggen. Maar nog steeds niet dik. Een klein beetje rond-ig misschien.
Het is 1989.
Ik ben 15 jaar. En ben bij lange na niet dik.
Maar ik voel me wel zo.
Ik begin nu ook in de lengte te groeien. Mijn wens is om 1.80 m te worden. Tijdens een schoolopdracht moeten we allemaal ons gewicht op het schoolbord zetten.
Hoe-praat-je-Hen-een-trauma-aan-deel-1.
Ik heb geen flauw idee hoeveel ik weeg. Ik kalk '68 kilo' op het bord, en luister goed of ik ook geroezemoes hoor in de klas. Het blijft stil.
Thuisgekomen ga ik op de weegschaal staan. 62 kilo.
Ik maak een memo en verdeel die de volgende dag op de diverse prikborden in de school.
Het is 1992.
Ik ben 18 jaar. En niet dik.
Wel mooi stevigjes. Precies op de goeie manier, zeg maar.
Helaas ben ik geen 1.80 m geworden. De teller bleef bij 175 centimeter staan. De jongens uit mijn klas hebben een bijnaam voor me bedacht. Iets dat niks met mijn sproeten te maken heeft, overigens.
Het is 1993.
Ik ben 19 jaar. En ik ga hokken.
Nog steeds niks te dik. Maar er verandert wat.
Doordat ik samenwoon eet ik nooit meer spruitjes.
Voor mijn 20e verjaardag krijg ik een frituurpan. Bull's Eye.
Een primaire behoefte voor twee arme studenten, blijkt later.
Het is 1994.
Ik ben 20. En een beetje zwanger.
Dit is het startschot van alle ellende.
Ik heb de uitdrukking 'Je eet immers ook voor twee.' goed in mijn oren geknoopt. Door mijn zwangerschap had ik een onverzadigbare trek in vette hap. Ik heb me die maanden echt compleet laten gaan. In mijn wanhoop heb ik de verloskundige aangeklampt omdat ik bang was dat ik een blok frituurvet zou baren. Op Oudjaarsdag 1994 was er geen oliebol meer te verkrijgen in heel Nederland.
It was me.
Het is 1995.
Nog steeds ben ik 20, en het blok frituurvet bleek een wolk van een dochter te zijn. Tot mijn grote schrik slaat de weegschaal uit boven de 100 kilo. In negen maanden tijd heb ik er 35 kilo bijgegeten. Inclusief kind.
Het is 1997.
Ik ben 23. Mijn lichaam is zeer ontvankelijk.
Dat blijkt wel weer uit het feit dat ik net Kind II op de wereld heb gezet. Om nu toch maar eens af te vallen, wil ik borstvoeding geven. Ik zou genoeg opslagplaats hebben, zou je denken. Niks is minder waar.
Alle registers worden opengetrokken. Tepelhoedjes, kolfapparaten ten spijt, Thomas vertikt het. Kan door de ronding van de mammae ook geen grip krijgen. Mijn voorgevel heeft een buiten proportioneel formaat aangenomen. Bang om door topzwaarte te vallen houd ik me overal aan vast.
De kraamverzorgster besluit na 5 dagen -nadat ze een uur bij een huilende Hen had zitten kolven, met als resultaat nog geen 10cc- dat het welletjes is. Hij krijgt een fles, en slaapt twee dagen achteréén.
Die avond zit ik brullend voor de televisie.
Het is de week van de Borstvoeding en ik en mijn falende moederlijf worden doodgegooid met promotie reclamespotjes.
Het is 2000.
Ik ben 25. En moddervet.
Maar het roer gaat om. Ik ga drastisch lijnen.
Op mijn boerenfluitjes val ik binnen 8 maanden 40 kilo af.
Hoppa. Zo doen wij dat.
Ik ben panisch voor snoep, en eet met de weegschaal op tafel, maar ik pas met het grootste gemak in maat 40.
Zonder erbij te gaan liggen.
Het is 2004.
Ik ben 30. En nog steeds een ontkennende Bourgondier.
Ik heb er 10 kilo bijgevroten. Ik probeer alle mogelijke dieetpillen die er zijn. Het hongergevoel neemt niet af, maar ik word er wel chemisch blij van. Alsof je driedubbel jarig bent. Maar bij jarig zijn hoort taart, en...
Enfin, de rest laat zich raden.
Het is 2005.
Ik ben 31. Ik ben niet dik, maar slank is ook niet echt het eerste woord dat bij je opkomt als je me ziet.
Alle pillen, soepdieten, maaltijdvervangers, en shakes die door je keel gieren, worden resoluut
En ik ga hem winnen...!
